Wanneer iemand door een ongeval of misdrijf ernstig gewond raakt of overlijdt, heeft dat natuurlijk ook een enorme impact op de naasten van het slachtoffer. De confrontatie met de situatie van de ander kan een traumatiserend effect hebben. Soms is er zelfs sprake van PTSS, waardoor psychologische zorg noodzakelijk is. In deze gevallen kunnen ook directe familieleden van het slachtoffer hun schade claimen op de veroorzaker van het incident. Deze schadepost noemen we shockschade.
Shockschade is psychische schade als gevolg van een traumatische gebeurtenis van een naaste. Degene die shockschade lijdt, kan naast de immateriële schade, ook wel smartengeld genoemd, ook bijvoorbeeld verlies van inkomsten vorderen, omdat diens normale werkzaamheden niet meer uitgevoerd kunnen worden.
Het Taxibus-arrest
In het Taxibus-arrest van 22 februari 2002 heeft de Hoge Raad beslist dat toekenning van shockschade mogelijk is. Het ging daarin om een vreselijk ongeval waarbij een jong meisje om het leven kwam toen ze voor haar huis werd aangereden door een taxibus. De moeder van het meisje zag haar dochter levenloos liggen en liep ernstig psychologisch letsel op. Ze vorderde haar materiële en immateriële schade op de aansprakelijke partij.
De Hoge Raad oordeelde dat de veroorzaker van het ongeval ook onrechtmatig handelde jegens degene die in een nauwe affectieve relatie met het slachtoffer en die door het waarnemen van het ongeval of door de directe confrontatie met de ernstige gevolgen ervan geestelijk letsel oploopt. Er moet dan wel sprake zijn van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld, en er moet een rechtstreeks verband bestaan tussen de schadeveroorzakende gebeurtenis en het geestelijk letsel dat de naaste door de confrontatie met de gevolgen van dit handelen oploopt.
Aanvulling op Taxibus-arrest
In het arrest van 28 juni 2022 heeft de Hoge Raad een belangrijke aanvulling gegeven op het Taxibus-arrest. De Hoge Raad overweegt dat aspecten die een rol spelen bij de beoordeling van shockschade onder meer zijn:
- De aard, de toedracht en de gevolgen van de gepleegde onrechtmatige daad, waaronder de intentie van de veroorzaker/dader en de aard en ernst van het aan het slachtoffer toegebrachte leed
- De wijze waarop de naaste vervolgens wordt geconfronteerd met de onrechtmatige daad en de gevolgen daarvan
- De aard van de relatie tussen het slachtoffer en de naaste(n), waarbij geldt dat bij het ontbreken van een nauwe relatie niet snel onrechtmatigheid kan worden aangenomen
Affectieschade
Naast shockschade bestaat ook de schadepost affectieschade. Op 1 januari 2019 is de Wet vergoeding affectieschade in werking getreden. Affectieschade is een vorm van immateriële schadevergoeding. De nabestaanden of naasten kunnen schadevergoeding krijgen voor hun leed en verdriet als het slachtoffer is overleden of ernstig en blijvend letsel heeft opgelopen als gevolg van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is.
Alleen de partner van het slachtoffer, zijn kinderen en ouders, of zij die een vergelijkbare relatie hebben met het slachtoffer, komen in aanmerking voor een vergoeding van affectieschade. Onderwerp van politiek debat is de vraag of in de toekomst ook broers en zussen van het slachtoffer onder de reikwijdte van de wet affectieschade komen te vallen.
Meer weten?
Wilt u meer weten over shockschade, of wilt u uw letselschadezaak voor advies aan ons voorleggen? Neem dan gerust contact met ons op.